Onnauwkeurige navigatie-instrumenten kostte circa 1600 opvarenden het leven rond 1700

09-05-2018

13.45

Aula

Navigation on wood

N. de Hilster

prof.dr. C.A. Davids, prof.dr. F.H. van Lunteren

Faculteit der Geesteswetenschappen

Kunst, cultuur en geschiedenis

Promotie

In de vroegmoderne tijd – de periode van enkele eeuwen in de geschiedenis van Europa die volgde op de Middeleeuwen – werd in de scheepvaart een navigatie-instrument gebruikt dat onnauwkeurig was en verantwoordelijk was voor één van de grootste scheepsrampen in die periode. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Nicolàs de Hilster. Zijn onderzoek beschrijft de ontwikkeling van de navigatie-instrumenten in de periode 1590 tot en met 1731. In 1590 publiceerde de Engelsman Thomas Hood zijn vinding waarop dit instrument was gebaseerd.

Verlies van vier schepen
Een van de ergste rampen van die tijd, het verlies van vier schepen van Sir Cloudesley Shovel in 1707, werd veroorzaakt door een combinatie van onnauwkeurige kaarten en instrumenten. De instrumenten die in die tijd voornamelijk door Engelse zeelieden werden gebruikt, waren het minst nauwkeurig, als gevolg van hun ontwerp. De Hilster: “Het zou echter tot de uitvinding van de octant in 1731 duren, voordat men in zou zien dat de instrumenten die daarop gebaseerd waren tot significante navigatiefouten konden leiden. Door het maken van replica’s en reconstructies van instrumenten, werd het mogelijk deze in de praktijk te testen, en de kennis erover te vergroten. Dit is aangevuld met simulaties en proeven met betrekking tot ons waarnemingsvermogen.”

Replica’s en simulaties
De simulaties in het onderzoek van De Hilster waren bedoeld om vast te stellen hoe schaduwen geïnterpreteerd worden. Aanvankelijk met een digitale camera en beeldanalyse software die hij daarvoor geschreven had, om vervolgens ditzelfde met proefpersonen te herhalen om er zeker van te zijn dat het menselijk oog in combinatie met onze perceptie tot dezelfde resultaten zou leiden. Uit deze proeven bleek dat Hood's methode verbetering behoefde, iets dat de Engelsman Thomas Harriot een paar jaar na Hood, rond 1594, inderdaad beschreef.

De Hilster: “De replica's en reconstructies (18 houten en 1 brons en messing exemplaar) zijn allemaal met de hand gemaakt, zoveel mogelijk gebruik makende van originele materialen (ebben, peren, palmhout, messing, brons) en naar origineel ontwerp. Ze zijn allemaal gebruikt om waarnemingen mee te doen, hetgeen goed inzicht gegeven heeft in gebruiksgemak en kwaliteit van de metingen die ermee mogelijk waren.”

Innovatie door maritieme uitbreiding
Tegen het eind van de zestiende eeuw waren de meest gebruikte navigatie-instrumenten in de zeevaart het zeemansastrolabium, de zee-ring en de graadstok. Waarschijnlijk als resultaat van de maritieme expansie van Engeland en Nederland, ontstond in de zeventiende eeuw een relatief groot aantal nieuwe navigatie-instrumenten. Deze instrumenten waren gebaseerd op een nieuwe vinding, door Thomas Hood in Engeland gedaan in het laatste decennium van de zestiende eeuw en kort daarop, in 1594, verbeterd door Thomas Harriot. Zowel de ideeën van Hood als van Harriot bleven naast elkaar bestaan en resulteerden in instrumenten die kwalitatief significant van elkaar verschilden. In Engeland bleven instrumenten gebaseerd op de ideeën van Hood in gebruik, terwijl in Nederland het juist die instrumenten waren die gebaseerd waren op de ideeën van Harriot.