Vrije wil is geen illusie

27-06-2018

13.45

Aula

Consciousness in Intentional Action

L.J.F. Asma

prof.dr. G. Glas, prof.dr. R. van Woudenberg, copromotor dr.ing. L.C. de Bruin

Faculteit der Geesteswetenschappen

Wijsbegeerte

Promotie

Neurowetenschappelijke en psychologische experimenten laten niet zien dat vrije wil een illusie is. Het lijkt erop dat, meestal als we ervaren dat we bewust handelen, dat dit ook daadwerkelijk zo is. Het maakt niet uit of er onbewuste hersenprocessen aan deze handelingen voorafgaan, of dat de manier waarop we de handeling precies uitvoeren beïnvloed kan worden door allerlei factoren waar we ons niet bewust van zijn. Ook als dat het geval is sluit dat niet uit dat we nog steeds bewuste controle hebben over de intentionele handeling. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Lieke Asma.

Vrije wil
De vraag of vrije wil bestaat houdt filosofen al eeuwenlang bezig. Traditioneel staat in deze discussie de relatie tussen vrije wil en determinisme centraal. Echter, in de laatste decennia is er veel aandacht voor neurowetenschappelijk en psychologisch onderzoek dat lijkt te laten zien dat vrije wil een illusie is. Ook al ervaren we dat onze bewuste intenties veroorzaken wat we doen, de claim is steeds uit dit type onderzoek dat in feite ons gedrag door niet-bewuste processen wordt veroorzaakt. En hieruit volgt dan vaak de conclusie dat we geen bewuste controle hebben over wat we doen, en daarom vrije wil niet bestaat.

Bewuste intenties en onbewuste invloeden
Asma stelt vast dat door de neurowetenschappers en psychologen, maar ook door filosofen, vaak onvoldoende duidelijk gemaakt wordt waarom deze resultaten precies bedreigend zijn voor de vrije wil, en hoe onbewuste invloeden en vrije wil samenhangen. Daarom beantwoordt zij deze vragen door eerst te onderzoeken waarom bewuste intenties belangrijk zijn voor vrije wil. Haar conclusie is dat alleen als bewuste intenties ons gedrag veroorzaken er sprake is van intentioneelhandelen: alleen dan is ons gedrag iets dat we willen doen en waar we bewuste controle over hebben. De claim op basis van het onderzoek dat de niet-bewuste invloeden op ons gedrag verklaringen in termen van bewuste intenties vervangen, en dat we dus nooit, of bijna nooit, intentioneel handelen. Echter, deze conclusie volgt niet uit het onderzoek.

Wat we wel en niet intentioneel doen
Kortom, we moeten een onderscheid maken tussen wat we wel en niet intentioneel doen. Asma: “Als ik bewust en intentioneel naar de supermarkt loop zijn er allerlei aspecten aan deze handeling die ik niet bewust doe: mijn exacte tempo, waar ik precies over steek, en hoe laat ik precies ben vertrokken. Bovendien kunnen deze aspecten door allerlei factoren beïnvloed worden waar ik niet bewust van ben: de geur van vers brood zorgt ervoor dat ik nu ga en niet over een half uur. Maar dat neemt niet weg dat ik intentioneel naar de supermarkt loop. Ook als we uit onderzoek kunnen concluderen dat voorafgaand aan de handeling voorspellende hersenactiviteit plaatsvindt, doet dit niets af aan het feit dat we nog steeds bewust handelen. Kortom, intentionele handelingen en onbewuste invloeden sluiten elkaar niet uit.”

Meer informatie over het proefschrift in DARE