Het gedicht Mei van Herman Gorter: van verguisd tot klassiek

27-01-2020

13.45

Aula

Een nieuwe lente en een nieuw geluid

A. Zevenhuijzen

prof.dr. B.J. Peperkamp †, prof.dr. D.H. Schram, dr. J.H.C. Bel

Faculteit der Geesteswetenschappen

Wijsbegeerte

Promotie

Eind negentiende eeuw introduceerde Titia van Gelder een nieuwe voordrachtkunst in Nederland. Deze was ingetogen, zonder stemverheffing en weidse gebaren. Deze manier van voordragen paste uitstekend bij de individualistische gevoelspoëzie van de Tachtigers. Tal van voordrachtkunstenaars brachten op deze manier de poëzie van de Tachtigers en van Gorters gedicht Mei in schouwburgen en gehoorzalen door heel het land. Zo kreeg Gorters Mei (1889), grote bekendheid. De populariteit van dit gedicht werd nog vergroot door de vele aandacht in de dag- en weekbladen en door de bespreking in de literatuurboeken voor het middelbaar onderwijs. 

Tunnelvisie
In de periode 1889 – 1940 verschenen er veel Mei-studies. Ze waren vol lof over het gedicht maar er was grote onenigheid over de interpretatie ervan. Dat kwam door de interpretatie van Albert Verwey, die groot gezag had omdat hij tot de Tachtigers behoorde en belangrijke literaire tijdschriften leidde. Hij meende dat de betekenis van het zo’n 4400 versregels tellende en in drie zangen onderverdeelde gedicht lag in de tweede en langste zang: de relatie tussen de hoofdpersoon Mei en de blinde god van de muziek, Balder. Deze interpretatie fungeerde als een frame waarbinnen tal van interpretaties mogelijk waren. Daardoor bleven echter andere betekenisaspecten van het gedicht onbelicht. Er is steeds sprake geweest van een soort van tunnelvisie.

De canon
Het gedicht ging aanvankelijk in tegen de gevestigde opvattingen over de dichtkunst en werd daarom verguisd en belachelijk gemaakt maar allengs kwam er waardering die tenslotte omsloeg in grote bewondering. De Mei werd in 1939 klassiek genoemd en kreeg canonieke status. Deze status verwierf het mede doordat de literatuurboeken van het middelbaar onderwijs het gedicht beschouwden als het hoogtepunt van de beweging van Tachtig.