VU-hoogleraar Jan Paul Crielaard ontvangt ruim 740 duizend euro voor onderzoek naar de oorsprong van Griekse kolonies in Italië

Hoogleraar Mediterrane Pre- en Protohistorische Archeologie Jan Paul Crielaard heeft van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Vrije Competitie-subsidie ontvangen voor het onderzoeksproject “What went into the melting pot?”

09-07-2018 | 16:19

Hoogleraar Mediterrane Pre- en Protohistorische Archeologie Jan Paul Crielaard heeft van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Vrije Competitie-subsidie ontvangen voor het onderzoeksproject “What went into the melting pot?” Met deze subsidie zal hij een onderzoeksgroep opzetten waarmee hij de oorsprong van de Griekse kolonies die tussen circa 800 en 550 voor v.Chr. in Italië gesticht werden, opnieuw zal bekijken.

Sinds een aantal jaren voeren archeologen en historici een verhit debat over de vraag of deze Griekse kolonisten geheel zelfstandig opereerden, of samenwerkingen aangingen met de plaatselijke bevolking en gebruik maakten van lokale kennis en netwerken. Dit project wil een doorslaggevende bijdrage leveren aan het debat over het karakter van de Griekse kolonisatie en de rol van inheemse bevolkingsgroepen.

180709 Jan Paul Crielaard TekstNieuwe gemeenschappen
De sleutel kan gevonden worden in de vroegste fase van het bestaan van deze nieuwe gemeenschappen en in de organisatie van hun eerste levensbehoeften. Er worden analyse gemaakt van landgebruik, landbouw- en veeteeltpraktijken, en de vervaardiging van aardewerk,  dat gebruikt werd om te koken, eten en drinken en zaaigoed en landbouwsurplus op te opslaan. Jan Paul Crielaard: “Het accent van het onderzoek ligt op Griekenland en Italië, waar de vroegste kolonies werden gesticht. Vergeleken wordt hoe landgebruik, landbouw en aardewerkproductie- en gebruik waren georganiseerd in het Griekse moederland, in het inheemse milieu en in de kolonies zelf.”

Gebruik van natuurwetenschappelijke data
Een vernieuwend element is dat systematisch gebruik gemaakt wordt van natuurwetenschappelijke data (bodem- en pollenmonsters, dierlijk botmateriaal) en analysemethoden (landschapsmodellen, chemische aardewerkanalyse ter bepaling van productietechnologieën). Crielaard: “Op die manier kan bepaald worden in welke mate de koloniale gemeenschappen voor hun dagelijkse bestaan en overleven kennis van landbouwsystemen en handwerkproductie meenamen uit het moederland, of inheemse methoden overnamen of aanpasten. De uitkomsten van deze vergelijking kunnen worden beschouwd als indicatoren voor de toestroom van nieuwe mensen en ideeën, de inbreng van lokale kennis, en de transformatie van lokale of migrantengemeenschappen.” Meer specifiek wordt de hypothese getest dat inheems-Italische bevolkingsgroepen actief deelnamen aan de stichting en een aandeel hadden in de verdere ontwikkeling van ‘koloniale’ gemeenschappen.

Globalisering, kolonialisme en migratie
De Griekse diaspora maakt onderdeel uit van een grotere beweging rond 1000 v.Chr., die wordt gezien als het begin van een nieuw tijdperk van globalisering. Crielaard wil met zijn onderzoeksgroep een nieuw beeld van de Griekse kolonisatie geven: “we kijken daarbij ook hoe dit beeld zich verhoudt tot andere historische voorbeelden van kolonialisme en migratie. Daarin ligt ook de relevantie van het onderzoek: het levert een bijdrage aan de lange-termijn geschiedenis van globalisering en migratie in het Middellandse Zeegbied”.

Vrije competitie Geesteswetenschappen
NWO-domein Sociale en Geesteswetenschappen heeft aan twaalf onderzoekers financiering toegekend vanuit de Vrije competitie geesteswetenschappen. Dit instrument stelde financiering beschikbaar voor de beste geesteswetenschappelijke onderzoeksvoorstellen, zonder thematische randvoorwaarden. De Vrije competitie is opgegaan in de nieuwe Open Competitie van NWO-domein SGW.