Modernisering bestuur heeft corruptie niet doen verdwijnen

De moderne democratie is sinds de grondwetswijziging van 1848 niet gevrijwaard van corruptie

20-07-2020 | 6:05

Periodes van revolutie, crises en polarisatie leiden wel tot intensieve discussies over corruptie, en tot maatregelen. Dit blijkt uit de nieuwe publicatie A History of Dutch Corruption and Public Morality (1648-1940) van de historici en bestuurskundigen Ronald Kroeze, Pieter Wagenaar (Vrije Universiteit Amsterdam), Michel Hoenderboom en Toon Kerkhoff, (Universiteit Leiden). Over een periode van driehonderd jaar analyseren de onderzoekers een reeks corruptieschandalen en tonen dat corruptie afhankelijk is van de politiek-maatschappelijke context. De studie helpt ook begrijpen hoe corruptie tegenwoordig ontstaat en wat er tegen te doen is.

Corruptie is van alle tijden
Door de eeuwen heen duikt corruptie steeds op in nieuwe vormen. Daarom moet corruptie-bestrijding een blijvende zorg zijn, en is het noodzakelijk dat politiek en publiek scherp blijven op wat zij als legitiem gebruik van publieke functies en middelen zien. “Ook nu blijkt dat van essentieel belang,” aldus historicus Ronald Kroeze . “We moeten scherp blijven op  gevallen van Eerste Kamerleden die als ondernemer adviseren over wetten waarover ze later zelf stemmen (belangenverstrengeling), of de casus van de voormalige Nederlandse ambassadeur in Nigeria die onlangs weg moest omdat hij in zijn publieke functie gevoelige informatie doorspeelde aan Shell, of Nederlandse douaniers die in de haven van Rotterdam drugs doorlaten in ruil voor geld (ambtelijke corruptie). Het bestrijden van corruptie is nooit af omdat er telkens nieuwe uitdagingen zijn en ons denken over goed en fout door de tijd heen verandert.”

Actief debat over corruptie
De studie laat ook zien welke factoren bepalen wat corrupt gedrag is en dat de huidige opvattingen over integriteit er niet op eens waren. Toon Kerkhoff: “De Bataafse Revolutie rond 1800 bracht een einde aan de regentenpraktijk van ambstverdeling en ambtsverkoop evenals aan het in particuliere handen leggen van de belastinginning, dat al decennia gepaard ging met misstanden. Maar ook daarna verdween corruptie niet. De invoer van directe verkiezingen voor Tweede Kamerleden in 1848 leidde tot schandalen over stemmen kopen, de uitbreiding van de overheid tot bureaucratische corruptie en partijpolitiek tot telkens terugkerende beschuldigingen dat een “regentenkliek”, “oligarchie” of “partijkartel” het in Nederland voor het zeggen heeft. Ook grote namen waren hoofdpersonen in corruptiedebatten, van stadhouder Willem V tot minister Van Maanen (de belangrijkste minister van koning Willem I) en van Thorbecke tot Kuyper.”

Effectieve bestrijding corruptie
Het boek toont hoe bepaalde soorten corruptie verdwenen maar ook dat iedere tijd nieuwe problemen bracht en dat een “one-size-fits-all” opvatting over anticorruptie historisch onjuist is en tot slecht advies leidt. Kroeze: “Om corruptie te begrijpen moet de specifieke politieke en sociaaleconomische context van het moment worden geanalyseerd. Alleen dan ontstaat inzicht in effectieve bestrijdingsmiddelen, ook internationaal. Stereotypen over het integere ‘Noorden’ en corrupte ‘Zuiden’ leiden af van de werkelijke problemen.” Dit boek daagt de lezer uit vastgeroeste aannames te heroverwegen, zoals dat serieuze corruptie in Nederland al eeuwen geleden verdween.